Ik dacht dat componeren iets is voor die mensen met warrige grijze haren, die van klassieke muziek houden. Ook dacht ik dat improviseren iets is dat je gegeven moet zijn. Wat blijkt? Met volhouden, veel proberen en een beetje geluk kan je allebei.

Zo is het dat af en toe ‘zomaar’ wat rommel op de piano. Vaak iets dat ik al ken. Dan probeer ik er wat anders mee. Vaak klinkt dat helemaal nergens naar. Soms hoor ik dan ineens iets interessants. En heel soms komt daar iets uit waar ik wat mee kan. En dan is er weer een nieuw stukje muziek gebeuren. Vaak maar een paar maten lang, maar toch.

Laatst speelde ik zo’n stukje weer op de piano. Dit keer zonder koptelefoon, zodat iedereen beneden kan meegenieten…

(Waarschuwing – een MIDI in al haar glorie…)

Dan hoor ik Jesse (8) ineens: “Dit is een van mijn lievelingsliedjes”. Wow! Dat is nog eens een compliment! “Waarom? Wat voel je er bij?”. Dat is een moeilijke vraag voor hem. “Omdat ik er blij van word”, zegt hij na een tijdje. Ik zie aan hem dat er nog meer is, maar dat hij er geen woorden aan kan geven. Dan mengt Juliet (7) zich er ook in: “Nou, ik voel blijdschap en verdriet tegelijk”. Bam! Vol in de roos! Precies hoe ik het wilde laten klinken.

Het was een mooie dag.